Antwoordnummer 122 4300VB Zierikzee

Techniek paginas

Stralings-hoek van LED-lampen
Techniek paginas

Stralingshoek van LED lampen

De stralingshoek (ook wel openingshoek of lichtbundel genoemd) van een (LED) lamp is de mate waarin het licht van een lichtbron gespreid wordt. Hieronder vijf voorbeelden van de stralingshoek van lampen: Wat is de stralingshoek precies? De stralingshoek is gedefinieerd als die hoek waar het licht nog maar 50% is van het punt waar het meeste licht komt. Meestal is dat het centrum van de lichtbundel, maar niet altijd. In de tekening hiernaast zie je dat bij de punten waar 50% staat vermeld. Maar . . . het getal van stralingshoek zegt niets over het gebied van het strooilicht. In het voorbeeld in de tekening is de stralingshoek 30 graden. Maar waar de lichtsterkte tot 0 % is gedaald is helemaal niet af te leiden uit de stralingshoek. Die 0% kan zijn bereikt bij 40 graden, maar het zou ook bij 150 graden kunnen zijn.     Menselijke perceptie van lichtsterkte Wij mensen hebben hele speciale ogen. We hebben lichtsensoren (staafjes) die heel goed werken bij zeer weinig licht (b.v. bij maanlicht), maar die niet goed zijn in kleuren. Andere lichtsensoren (kegeltjes) zijn geschikt voor veel licht en kunnen ook veel kleuren onderscheiden, maar tegelijk zijn we niet even gevoelig voor alle kleuren. Ook kunnen we goed omgaan met extreem grote helderheidsverschillen van wel 1.000.000.000 keer, welke camera kan dat? Maar ons oog kan dat niet meteen, het heeft maximaal 30 minuten nodig om dat verschil te overbruggen. Stap van een zonnige ruimte in een erg donkere kamer en je ervaart gewoon dat het een tijdje duurt voordat ons oog zich aan heeft gepast aan het andere lichtniveau. We zijn ook slecht in lichtsterktes vergelijken. Als bv. een lamp nog maar 10% van de hoeveelheid licht geeft, ervaren we dat als nog steeds 32 % lichthoeveelheid. Dus als bij een bepaalde stralingshoek de lichthoeveelheid is gedaald tot 10%, ervaren we dat het slechts gedaald is naar 32% en bij een daling naar nog maar 1%, ervaren we dat als nog 10% lichthoeveelheid, raar maar waar. Dat laat goed zien hoe perfect ons oog is ingericht om onder heel veel lichtomstandigheden toch goed te zien. Hierdoor worden we betreft de stralingshoek (openingshoek) op het foute been gezet, we ervaren de opgegeven stralingshoek heel anders dan de meetapparatuur. Het is dus niet dat de meting (of fabrieksopgave) fout is, maar beide methoden gebruiken andere instrumenten en schaalverdelingen (oog, meter).  Meting stralingshoek Hang een lamp op in een volledig donkere kamer. Zoek met de lichtmeter de plek waar het meeste licht op schijnt. Kantel dan de lamp steeds weer een stukje verder en meet de lichthoeveelheid op exact dezelfde plek. En dat moet je doen in allerlei richtingen! Dat is dus effe wat werk!Hiernaast zie je het resultaat van zo’n meting. Deze is uitgevoerd door Olino.org en daarbij is onze GU10 8 watt lamp met een stralingshoek van 16 graden gemeten.Wat zien we nu eigenlijk hier?Op de verticale as zien we de relatieve lichtsterkte t.o.v. het maximale niveau (1.0). De schaalverdeling loopt steeds met een factor 0,1 op, tot het maximum van 1. Op de horizontale schaal zie je steeds de kantelhoek van de lamp. De LED lamp is steeds weer 1 graad verder gekanteld en het lichtniveau is weer gemeten. Dan gaan we op de verticale as kijken waar staat 0,5. Dat is het punt waar het licht nog maar 50% is van het maximale lichtniveau. Dan trekken we een lijntje horizontaal totdat we tegen een zwarte verticale lijn komen, vanaf dat punt gaan we dan naar beneden. In deze grafiek komen we dan op de horizontale as uit bij 8 graden. De LED lamp is dan 8 graden gekanteld, waarbij dus het lichtniveau nog maar 50% is. Voor de stralingshoek moet de lamp ook precies de andere kant op gekanteld worden. Dan komen bij deze meeting uit bij een stralingshoek van 16 graden. En nu wordt het nog ingewikkelder, als het lichtniveau nog maar 50% is, gemeten met een licht meter, dan ervaren wij het lichtniveau nog als ongeveer 75%. Dit verschil wordt veroorzaakt door het non-lineaire karakter van ons oog. Maar de stralingshoek op zich is niet zo heel belangrijk. Het gaat er natuurlijk over wat de diameter is van de lichtcirkel op een bepaalde afstand! Op de tabel rechts kun je aflezen hoe groot de diameter van de lichtcirkel is op een bepaalde afstand. Onder de kolom gemarkeerd met een m. zie je de afstand van de lamp tot een object. Onder de kolom C0-180 zie je de diameter van de lichtcirkel, waar dus de lichtsterkte nog maar de helft is van die in het midden.Op een afstand van 1 meter heeft de cirkel een doorsnede van 0,3 meter en op een afstand van 2 meter is de doorsnede 0,5 meter. En dat dus bij de lamp met een stralingshoek van 16 graden.Hierboven de grafiek van de grootte van de diameter van de lichtkegel bij de GU10 8 watt lamp met een stralingshoek van 16 graden op verschillende afstanden. Dit is de grafiek van deze lamp: LED Lamp 12V, 3W, Warmwit, MR11, dimbaar. De lamp heeft een stralingshoek van 35 graden. Dit is de grafiek van een lamp met een stralingshoek van 49 graden. Wat opvalt is dat op 1 meter afstand de lichthoeveelheid op een oppervlak 707 Lux is en op 4 meter afstand is het nog maar 44 Lux.

Techniek paginas

Levensduur LED lampen

LED lampen gaan duizenden uren mee. Halogeen en gloeilampen gaan beperkt mee (1000 uur) omdat de gloeidraad zo heet wordt dat deze langzaam verdampt. Bij een LED is dat niet zo, die gaan vele tienduizenden uren niet achteruit. Daarom is de verwachting dat de levensduur van LED lampen erg lang is. Maar dan moet de LED en de lamp wel goed gemaakt zijn, anders is die levensduur veel minder. Echter, zoals alle techniek kan ook een LED (lamp) kapot. Je dacht een lamp te hebben die tienduizenden uren zou moeten werken en nu is die al kapot na enkele honderden uren! Ja, ook Philips, Osram, Megaman of de huismerken (van bv AH of de HEMA) LED lampen kunnen kapot. Hoe kan dat nu? Hieronder een uitgebreide lijst met redenen waarom een LED lamp kapot kan gaan (die we allemaal hebben ervaren). De lamp kan kapot gaan door: te hoge temperatuur, te hoge spanningen en mindere kwaliteit. Dan speelt ook mee dat wat wij onder levensduur verstaan door de lampen industrie op een andere manier is gedefinieerd. Hogere temperatuur, lagere levensduur bij LED De LED zelf in de lamp en de elektronica in de lamp mogen niet heter worden dan 100 graden Celsius. Gloei en halogeen lampen worden wel veel warmer. Bij temperaturen van 100 graden Celsius en meer gaat de LED en de elektronica veel sneller kapot dan bij 70 graden Celsius. De LED en de elektronica produceren warmte als de lamp in bedrijf is. De meeste LED lampen worden zo ontworpen dat aan de buitenkant de temperatuur niet hoger wordt dan ongeveer 70 tot 80 graden Celsius, bij kamertemperatuur van de omgeving van de LED lamp. LuchtkoelingBij het ontwerp van een LED lamp wordt er op gerekend dat er enige luchtstroming om de lamp is. Als dat niet het geval is, bv. omdat de lamp geheel is opgesloten in een kleine ruimte (gesloten armatuur), is er weinig luchtkoeling en kan de lamp te heet worden. Dat zien we vaak bij de R7S staaflampen, die worden vaak volledig omhuld door een matglazen kap. OmgevingstemperatuurAls de lamp in een te warme omgeving hangt (boven fornuis, in brandende zon, vlak boven een verwarming, etc.) dan is de omgevingstemperatuur niet meer kamertemperatuur. Stel dat die geen 25 graden is, maar 45 graden, dan wordt de lamp ook 20 graden heter dan bij kamertemperatuur en zal hij dicht in de buurt van de 100 graden komen. Dat bekort de levensduur zeer sterk. Te hoge spanning De elektronica in de LED lamp is ontworpen voor bepaalde spanningen. De elektronische onderdelen zijn ook gemaakt om een bepaalde spanning te verdragen. Echter, hoe hoger de spanning die het onderdeel aan kan, hoe groter het wordt en duurder. En in de lamp is weinig ruimte, dus wordt de component zo bemeten dat er enige reserve is maar niet teveel.Te hoge spanningen kunnen ontstaan door: Dimmers en transformatorenGloeilampen en halogeen lampen vormen een heel eenvoudige (weerstand) en hoge belasting. Dimmers en transformatoren uit het gloeilampen/halogeen tijdperk rekenen op deze eigenschappen en het ontwerp van de elektronica maakt er ook gebruik van. Echter, een LED lamp heeft een complexe en lage belasting waar dimmers en transformatoren uit het halogeen tijdperk zeer vaak veel moeite mee hebben. Het gevolg daarvan kan zijn dat de dimmers/transformatoren hoge spanningpieken geven die de LED lampen kapot maken. Dat hoeft niet meteen, ze kunnen ook pas na een half jaar kapot gaan. Het kan ook dat de lamp(en) of de dimmer/transformator zoemt, dat het licht niet stabiel is of dat de lamp niet goed gedimd kan worden. Voor het gemak hebben we het in dit verhaal alleen over dimmers en transformatoren, maar het geld ook voor alle elektronische schakelaars (evt. op afstandbediening), tijdschakelklokken, nadering en licht/donker schakelaars. Andere stroomverbruikers Andere stroomverbruikers in het net die vooral bij het aan en uitschakelen hoge spanningspieken geven, zoals elektromotoren en slechte TL verlichting, kunnen ook spanningspieken op het net zetten. Slechte schakelaars Bij gewone schakelaars en mechanische relais gebeurt het dat als deze aan gaan of uit de contacten zeer snel open en dicht gaan (< tien keer binnen 10 ms). Dit fenomeen wordt denderen van contacten genoemd. De elektronica in de lamp is daar natuurlijk op berekend, maar bij een slechte / defecte schakelaar dendert deze veel langer (> 100 ms) en/of vaker en daar is de elektronica niet op berekend en kan dan snel de geest geven. Kwaliteit De kwaliteit van de lamp en de onderdelen bepalen natuurlijk ook sterk de levensduur: Een ontwerp waarbij alle warmte producerende componenten vlak bij elkaar staan, zorgt er voor dat op die plek de temperatuur te hoog wordt en dus de levensduur beperkt. Bij het ontwerpen van de lamp moet er voor gezorgd worden dat de ontwikkelde warmte zo snel mogelijk naar buiten wordt afgevoerd. Dat stelt eisen aan het ontwerp van de behuizing, de materialen en de nauwkeurigheid van de afwerking. Onderdelen met een grotere spreiding in de precieze waarde zijn goedkoper, maar kunnen bij een grotere spreiding zorgen dat de lamp te heet wordt of de stroom in de lamp te groot. Ieder elektronisch onderdeel verouderd, ook al is het niet in gebruik. Om de veroudering te verminderen moeten de productie processen van de onderdelen beter zijn en moeten betere materialen gebruikt worden. En dat alles vertaald zich in geld. En we hebben nu eenmaal graag goedkope lampen. Levensduur definitie Je denk natuurlijk dat bij het begrip levensduur iedere lamp dat aantal uren zal bereiken. Maar dat klopt niet. Voor alle lampen (halogeen, gloeilamp, spaarlamp, TL, LED, etc.) geld dat de levensduur is gedefinieerd dat 90% van de lampen nog minimaal 70% van de lichthoeveelheid geven na de aangegeven brand uren. Als 100% de aangeven levensduur moet halen, worden de lampen veel duurder.  

zaklantaren
Techniek paginas

Lichthoeveelheid: Lumen en Lux

Verwarrend is dat, die termen, Lux en Lumen, ze lijken zo op elkaar. En bij LED lampen lijken ze ineens belangrijker te zijn dan bij gloeilampen. Dat komt omdat de hoeveelheid licht bij LED lampen per Watt zo anders is dan bij gloeilampen dat we ze niet meer goed kunnen vergelijken. Vandaar dat de EU heeft gezegd: op alle (LED en gloei/halogeen) lampen moet de hoeveelheid Lumen staan, want dat is de maat voor de hoeveelheid licht die uit een lamp komt. Om Lux en Lumen wat duidelijker te maken: stel je een zaklantaren voor. Je schijnt met die zaklamp op een muur die zich 10 cm voor de zaklamp bevind. Laat dan het licht schijnen op een muur die 10 meter ver weg is. Wat valt je dan op? De lichtvlek op de muur met een afstand van 10 cm is veel feller en veel kleiner dan op de muur die 10 meter ver weg staat. Toch is de hoeveelheid licht die uit de zaklamp komt niet veranderd, het is precies dezelfde zaklamp, toch? Lumen Dat is de totale hoeveelheid licht die uit de zaklamp komt. Het gaat dus over alle licht dat uit de zaklamp komt, niet alleen dat gedeelte dat tegen de muur aan schijnt en ongeacht hoever weg die muur nu is. Lux Dat is de hoeveelheid licht die op een gedefinieerd oppervlak valt. In het voorbeeld hierboven de hoeveelheid licht op de muur die op 10 cm afstand staat of op de muur van 10 meter ver weg. Waarden Lumen en Lux Lumen: de Lumen van een lamp wordt gemeten in een fotometrie laboratorium met speciale apparatuur, die de hoeveelheid licht, richting en kleur meet die een lamp uitstraalt. Deze waarden worden dan vertaalt naar Lumen, daarbij rekening houdend met de lichtgevoeligheid van het menselijke oog voor verschillende kleuren.Lux: Als al het licht van een lamp van 1000 lumen valt op een oppervlak van 1m2, dan is de lux waarde op dat oppervlak 1000 Lux. Afstand en Lux waarde In het voorbeeld met de zaklamp was het al duidelijk dat de afstand tot de lichtbron erg belangrijk is voor de hoeveelheid licht die op een voorwerp valt. Deze lichthoeveelheid neemt kwadratisch af met de afstand. Stel de afstand is 1 meter tussen lamp en voorwerp, en je maakt de afstand 2 meter, twee keer de afstand. Dan is de lichthoeveelheid op het oppervlak niet gehalveerd, maar is nog slechts 1/4 (het 2r vlak in de tekening). maak je de afstand 3 meter, dan is de hoeveelheid licht op het oppervlak nog slechts 1/9 (het 3r vlak). Hoeveel Lux nodig? De hoeveelheid licht die je nodig hebt hangt sterk van de taak af. Als het licht alleen bedoeld is dat je nergens tegen aan botst heb je veel minder licht nodig dan een chirurg tijdens een operatie die alle variaties van rood goed moet zien.  Lux Soort gebied of activiteit 30 Loopzones en werkgebieden buiten 100 Loopzones, eenvoudige oriëntatie of korte bezoeken 150 Kamers die niet voortdurend gebruikt worden voor werkdoeleinden  300 Visueel eenvoudige taken 500 Gemiddelde visuele taken 750 Visueel veeleisende taken (veel details) 1000 Taken met moeilijke visuele eisen (zeer veel details) 1500 Taken met speciale visuele eisen 2000 Zeer inspannende visuele taken Voor je keuken of woonkamer is een waarde van 500 Lux geschikt, dan kan je alles goed zien. Als je rustig in je woonkamer gezellig wilt zitten met vrienden, dan is 300 Lux ook heel goed. Maar als je met gevaarlijke zaagmachines bezig bent en precies wilt meten waar de zaagsnede in het hout moet komen, is 700 lux of meer beter.  Hoe bereken je de LUX waarde? Uit het bovenstaande is het duidelijk dat de lichthoeveelheid van de lamp, samen met de afstand van de lamp tot het werkvlak bepaald hoeveel licht op het voorwerp valt dat we willen zien (keukenblad, vloer, tafel, bureau). Op iedere lamp staat tegenwoordig hoeveel lumen er uit komt. Aan de hand van deze lumen waarde kan je dan een ruwe schatting maken hoeveel lux er op het tafelblad zal vallen. Er zijn ook apps voor je smartphone die de Lux waarde kunnen meten, als je eenmaal de LED lampen hebt geïnstalleerd. Licht professionals hebben speciale programma’s, die gebruik maken van gegevens van lampen als stralingspatroon, kleur licht en de lumen waarde en aan de hand daarvan berekenen hoeveel lux er op de vloer, muur en/of werkblad valt. Daarbij moet de volledige ruimte in het programma ingevoerd worden met de reflectie eigenschappen, afmetingen en kleur van de muren, vloer en plafond word vastgelegd omdat het gereflecteerde licht ook invloed heeft op de Lux waarde op een bepaalde plek. Dat is redelijk arbeidsintensief.

Forward-converter
Techniek paginas

Capaciteit van LED transformator

Er is veel verwarring welke capaciteit nu precies nodig is voor een transformator waar LED lampen op worden aangesloten. Elektrische eigenschappen van LED lampen Een LED verbruikt in de eerste minuten dat hij aan is tot 20% meer stroom (een kwaliteit LED 5%, mindere goden tot 20%). De transformator moet die extra capaciteit kunnen leveren. Basis schema schakelende voeding Als de rode schakelaar wordt gesloten gaat er een stroom lopen (Iaan) door de spoel (L) en door de belasting (Rb). Een spoel bouwt langzaam een magnetisch veld op en de stroom sterkte gaat daarmee gelijk op. Bij een bepaalde stroom staat er op Uuit de gewenste uitgangsspanning en zal door een elektronisch circuit de schakelaar S weer geopend worden. Nu zal het opgebouwde magnetische veld in de spoel ervoor zorgen dat de stroom Iuit gaat lopen, totdat het magnetische veld bijna is uitgeput. Als de spanning op Uuit onder een bepaalde waarde zakt, zal de rode schakelaar weer worden gesloten en wordt het magnetische veld in de spoel weer opgebouwd. Deze schakelaar S wordt elektronisch bediend met een frequentie die hoger is dan 25 Khz en duty cycle van ongeveer 50%. Door het open en dicht gaan van de schakelaar loopt er soms een stroom en soms niet. Dat zijn de pieken. De LED lampen voor 12V hebben een driver ingebouwd. Deze bevat een schakelende voeding. Een eigenschap hiervan is dat deze het benodigde vermogen niet continue afneemt, maar in pieken. Dit wordt veroorzaakt door een elektrische schakelaar in de voedingsleiding van de driver die een spoel van stroom/spanning voorziet. Deze schakelaar wordt met een frequentie boven de 20 Khz aan en uit gezet. Hoe groot deze pieken zijn hangt helemaal af van het ontwerp van de driver. Per merk lamp kunnen deze pieken dus groter of kleiner zijn. Stel je hebt een 12 Volt 3 Watt lamp, dat betekent een stroom van 0,25 Ampere. Maar de schakelaar is ongeveer de helft van de tijd maar gesloten. In die tijd zal de stroom ongeveer 0,5 A moeten zijn, om toch de 3 Watt te leveren.  De transformator moet deze pieken dus ook kunnen leveren. Advies LED lampen We gaven tot 2015 als advies om voor de transformator een overcapaciteit van 50% te hanteren. Het bleek echter in sommige gevallen (met ons onbekende lampen) dat dit toch te krap was. Om het rekenen makkelijk te maken geven we nu het advies voor 100% overcapaciteit. Bijna zeker zal een overcapaciteit van 75% ook voldoende zijn, maar dat rekent wat moeilijk (niet iedereen rekent makkelijk). En gezien onze prijzen en de grootte van de transformatoren maakt die extra overcapaciteit niet zo heel veel uit, maar de ruime overcapaciteit geeft je wel de gegarandeerde zekerheid dat de combinatie goed werkt. Philips 12 Volt LED lampen Philips heeft een techniek ontwikkeld voor hun 12 Volt LED lampen, waardoor deze goed werken op bestaande transformatoren bedoeld voor halogeen. Punt van aandacht is wel, dat de transformator in dat geval de capaciteit moet hebben om halogeen lampen die de LED lampen vervangen van voldoende vermogen te voorzien. Een rekenvoorbeeld: de LED lamp verbruikt 5 Watt, de halogeen die hij vervangt zou 35 Watt verbruiken. De transformator moet in dat geval berekend zijn op die 35 Watt. Bijgaand een lijst van 12V LED lampen van Philips waarin je terug kan vinden bij verschillende van hun lampen hoeveel er op een bepaalde transformator aangesloten kunnen worden. Wat dan opvalt is dat niet het werkelijk verbruikte vermogen belangrijk is, maar het vermogen van de halogeen lamp die vervangen wordt door de LED Lamp.

Philips full nl nl
Techniek paginas

Philips LED lampen en dimmers

  We krijgen regelmatig de vraag met welke dimmers Philips LED lampen goed gedimd kunnen worden. In dit artikel geven we hier zo goed mogelijk antwoord op. Als je niets over de techniek van dimmers wilt weten, lees dan verder bij het hoofdstuk: “Elektronica in de voet”. Twee typen dimmers Er zijn in de basis twee typen 230V dimmers. Bij type een wordt de stroom 100 x per seconde op een instelbaar moment doorgelaten en bij het andere type wordt de stroom 100 x per seconde afgeknepen. Het instelmoment wordt bepaald middels een draaiknop of op een elektronische manier. Het eerste type dimmer heet een z.g. faseaansnijding dimmer. Ze zijn goedkoop en reeds lang in gebruik. De belangrijkste elektronische component is een z.g. TRIAC. Door de introductie van LED lampen en enkele eigenschappen van deze TRIAC’s zie je nu steeds minder deze TRIAC opduiken in faseaansnijdende dimmers. Zie hiernaast voor de spanningsvorm die ontstaat als er gedimd wordt.       Het tweede type heet faseafsnijdingdimmer. Deze zijn duurder en veel nieuwer. Dit type is voor elektronische transformatoren beter geschikt om deze te dimmen dan het eerste type, de faseaansnijdingdimmers. Zie rechts voor de golfvorm die ontstaat bij dit type dimmer. Elektronica in de voet LED lampen die gevoed kunnen worden met 230V of met 12V hebben elektronica in de voet van de lamp. De faseafsnijdingdimmers zijn de meer natuurlijke dimmers voor deze lampen, omdat ze ook een elektronische transformator in de voet hebben. Ook onze LED lampen dimmen het beste op dit type dimmer, zo ook veel Philips LED lampen.  Philips LED Lampen en dimmers Philips heeft een aantal dimmers getest met hun LED lampen. Onderscheid heeft Philips daarbij gemaakt tussen 12 Volt LED lampen die een transformator nodig hebben en 230 Volt LED lampen zonder transformator. In de lijsten staan lang niet alle dimmers genoemd die nu verkrijgbaar zijn of in de afgelopen 10 jaar. Ook staan er soms dimmers bij, die niet zijn getest met bepaalde lampen. Beide betekenen niet dat die combinatie niet goed zou kunnen werken, maar dat Philips ze niet heeft getest of de resultaten niet gepubliceerd. Hier de lijst van geschikte dimmers voor Philips 230 Volt LED lampen en een tweede lijst met dimmers en transformatoren voor 12 volt Philips LED lampen. Wat opvalt bij de transformatoren is dat Philips rekent met het vermogen van de vergelijkbare halogeen lamp en niet echt met het elektrische vermogen van de LED lamp om te bepalen hoeveel lampen aangesloten kunnen worden op een bepaalde transformator.   Wij zijn niet verantwoordelijk voor de informatie van Philips. We hebben deze informatie gehaald van de Philips website en plaatsen deze op onze site, zodat je weet welke dimmers voor welke Philips lampen geschikt zijn.  

Voet-E14
Techniek paginas

LED lamp lichtkleur

  Licht zoals we dat gebruiken om alle dingen om ons heen te zien is niet zo simpel als het lijkt. Er zijn een aantal factoren die bepalen hoe wij licht van een (LED) lamp ervaren. Er zijn twee belangrijke begrippen, kleurtemperatuur en kleurherkenningswaarde, om de lichteigenschappen van alle lampen en dus ook LED lampen te kunnen interpreteren. Kleurtemperatuur (LED) verlichting (Kelvin) Het daglicht zoals we dat iedere dag zien is anders als het een bewolkte dag is dan als de zon hoog aan de hemel staat. Kunstschilders zijn helemaal verrukt als het licht in de avond zo’n mooie warme gloed heeft. De term kleurtemperatuur geeft aan welke kleur het licht heeft. De maat die hiervoor wordt gebruikt is Kelvin. Om te vergelijken: een kaars heeft een kleurtemperatuur van ongeveer 1800K, de vroege zonsopkomst en late ondergang zijn ongeveer 2300K, gloeilampen hebben ongeveer 2700K, een licht bewolkte lucht is 5000K. LED verlichting is verkrijgbaar vanaf 1800k tot 6000K. Deze 1800K is nog een uitzondering, de ondergrens is momenteel zo rond de 2400K. Kleurherkennigswaarde (CRI) Wit licht wordt gevormd door licht dat alle kleuren van de regenboog heeft. Nu zijn onze ogen (en hersenen) makkelijk voor de gek te houden: als er enige kleuren ontbreken zien we dat niet meteen. Maar als er een bepaalde kleur niet in het licht zit, kunnen we van voorwerpen met die kleur juist die kleur slecht zien. Daarom is kleurechtheid een net zo belangrijke factor bij verlichting als de kleurtemperatuur. Als het licht van een lamp wordt aangegeven als een lamp van 4000K, maar er zit helemaal geen rood in het licht, zullen rode voorwerpen ook nauwelijks rood lijken, slechts zeer vaal rood. Het is dus voor kleurherkenning uitermate belangrijk dat alle kleuren van de regenboog evenredig terug te vinden zijn in de kleur van het licht. De maat voor kleurherkenning is de CRI oftewel Color Rendering Index. Een waarde van 0 geeft aan dat er slechts een heel specifieke kleur aanwezig is en 100 geeft aan dat de kleurherkenning met die van daglicht overeenkomt. We willen dus allemaal graag een CRI van 100 hebben, maar dat is alleen mogelijk bij lampen die door middel van verhitting licht gaan uitstralen zoals gloeilampen en halogeen lampen. Door de andere manier van licht opwekken van TL, spaarlampen, kwikdamplampen en LED lampen moeten de ontwerpers moeite doen om dit te bereiken. Een CRI van 80 wordt gezien als kwalitatief goed voor gebruik in bedrijf en huis. Voor gebruik in musea of bij beroepen waar kleuren erg belangrijk zijn (kunstschilders, kleermakers, etc.) is een CRI van 90 of meer nodig. Deze CRI wordt gemeten door 8 matte kleuren te meten en daarvan het gemiddelde te nemen. Er is voor mengkleuren gekozen omdat deze allemaal een groot gedeelte van alle kleuren van het spectrum bevatten. LED lampen kunnen waarden hebben van 50 (blauwig fiets LED lamp) tot een CRI van 95. Deze laatste zijn zeldzaam en moeilijk verkrijgbaar. Belangrijk om te onthouden: De CRI is een belangrijke maat voor de LED licht kwaliteit. 100 is de hoogst mogelijke CRI. 80 wordt gezien als goed voor huis en bedrijf. TopLEDshop heeft alleen LED lampen in het assortiment die een CRI-waarde hebben van minimaal 80. De praktijk Bijgaand foto’s van een bloemenpracht verlicht door halogeen, LED lampen of spaarlampen. De wit balans bij de camera is ingesteld op de LED lamp van TopLEDshop en alle andere lampen zijn met dezelfde instellingen gefotografeerd. De helderheids verschillen zijn door een andere sluitertijd zoveel als mogelijk gelijk getrokken, terwijl het diafragma constant is geweest. Halogeen lamp, GU10, 50W TLS 6x1W CREE XP-E LED’s Philips LED lamp Chinees vele LED’s Conclusie: Als eerste valt op dat bij de spaarlamp en de LED lamp met de vele LED’s de achtergrond veel meer verlicht is. Deze twee lampen stralen breder.Vergelijk de kleuren van de twee bijna witte bloemen, van de paarse bloemen links aan de bovenkant, de gele bloem middenonder en kijk ook nog eens naar de oranje bloem links achter de paarse en rode bloemen. Opgepast, stel je monitor goed af wat betreft de kleuren, anders kan je heel andere kleuren zien. Ga in dat geval uit van de halogenlamp kleuren, omdat dit bij ons mensen nu het referentie punt is. Philips Spaarlamp De foto’s zijn gemaakt door Jan Vonk, van Jan Vonk fotografie.

Voet-E27
Techniek paginas

Fittingen voor LED lampen

We zijn erg gewend dat lampen kapot gaan. Ze moeten dan vervangen worden, wat kan door de z.g. fitting. Deze maakt het mogelijk de lamp eenvoudig te vervangen. LED lampen die branduren hebben tot 50.000 uur (dat is 8 uur per dag aan en dat ruim 17 jaar!) hoeven bijna nooit vervangen te worden. Om LED lampen in bestaande armaturen te kunnen monteren, zijn ze verkrijgbaar met alle van gloeilampen en halogeenlampen bekende fittingen. E27 fitting De meest bekende fitting die iedereen wel kent is de dikke schroeffitting die op heel veel gloeilampen en spaarlampen zit, de E27 fitting. Dit is een fitting die al heel lang bestaat. De 27 is de diameter van de huls van de schroefdraad in mm. Deze fitting wordt gebruikt voor 230V (de standaard in West Europa) lampen. Klik voor de E27 LED lampen. E14 fitting Met de komst van kleinere gloeilampen met vermogens tot 40W en de wens voor kleinere armaturen is de E14 schroeffitting gemaakt. De diameter van deze fitting is zoals de naam zegt 14 mm. Ook deze fitting is in gebruik voor 230V lampen, klik voor de E14 LED lampen. De fitting wordt ook gebruikt op boten met 12V of 24V. MR16 fitting De eerste halogeen lampen waren geschikt voor 12V. Om geen verwarring te laten ontstaan met 230V lampen is daarvoor een andere fitting gebruikt, de MR16 of GU5.3 fitting (andere naam voor dezelfde voet). Deze bestaat uit twee pennen met een dikte van ongeveer 1,5 mm op een afstand van 5,3 mm van elkaar en ongeveer 7 mm lang. De lamp wordt met deze pennen in de fitting gedrukt, een z.g. steekfitting. Klemmetjes in het voetje klemmen de lamp vast. Klik voor de MR16 (GU5.3) LED lampen. GU10 fitting De GU10 fitting was nodig wegens de grote vraag naar kleine, 230V halogeen lampen. Het is een z.g. bajonet sluiting. Je drukt de lamp in het voetje en draait de lamp een beetje rechtsom, waarna hij vast zit. Deze fitting is alleen in gebruik voor 230V lampen en dan bijna altijd voor de bekende halogeen stralers van 35 Watt en 50 Watt. De pennen zijn redelijk dik, hebben een afstand van 10 mm en zijn 6 mm lang. Klik voor de GU10 LED lampen. G9 fitting De GU10 fitting is vrij groot. Er was behoefte aan een kleinere, veilige fitting voor 230V halogeen lampen. Dat is de G9 fitting geworden. Ja, de pennen staan 9 mm uit elkaar. Het is een steekfitting, lamp in de fitting duwen, helemaal niets draaien. Klik voor de G9 LED lampen. R7S fitting De R7S fitting geeft de mogelijkheid om een staaf lamp te maken. Aan beide einden van de staaf wordt de 230V aan de lamp toegevoerd. Deze lampen bestaan niet in een gloeilamp uitvoering, alleen in een Halogeen en nu dan ook in LED uitvoering. Deze lampen zijn er in verschillende lengten (78 mm, 118 mm, 189 mm, 256 mm). Klik voor de R7S LED lampen. In de foto hiernaast zie je slechts een uiteinde van de lamp. MR11 fitting Dan zijn er nog twee andere fittingen, de z.g. MR11 (of GU4) en G4 fitting. Beide zijn steekfittingen (je duwt de lamp gewoon in twee gaatjes in de fitting), de pennen zitten op een afstand van 4 mm en zijn geschikt voor 12V, niet voor 230V. De stevigheid van de pennen verschilt, die van de MR11 (GU4) lampen hebben een dikte van 1 mm en zijn bijna niet te verbuigen, de G4 lampjes hebben pennen die ongeveer 0,7 mm dik zijn en enigszins buigzaam. De MR11 (GU4) fitting wordt gebruikt voor halogeen lampjes met een straler erachter en hebben vaak een vermogen van 20 W of 35 Watt. Klik voor de MR11 LED lampen. G4 fitting De G4 lampjes zijn heel vaak halogeen lampjes van het z.g. druppel model, ze zijn heel klein en stralen bijna helemaal rondom. De meest verkrijgbare vermogens van deze lampjes zijn 10 en 20 Watt. Klik voor de G4 LED lampen.     Dit samengevat in een compact overzicht: Voetje Spanning Type Afstand Dikte pennen Gebruikelijke vermogens E27 230V Schroef 27 mm Ø niet van toepassing 40W – 200W E14 230V Schroef 14 mm Ø niet van toepassing 5W – 40W GU10 230V Bajonet 10 mm 3 mm en 6 mm 20W – 35W – 50W G9 230V Steek 9 mm 3,8 mm, dikte 0,7 mm 20W – 35W – 50W R7S 230V Steek 78 mm, 118 mm 7,5 mm 60W – 100W – 250W – 1000W MR16 (GU5.3) 12V Steek 5,3 mm 1,5 mm 20W – 35W – 50W MR11 (GU4) 12V Steek 4 mm 1 mm 10W – 20W – 35W G4 12V Steek 4 mm 0,7 mm 10W – 20W GY 6.35 12V Steek 6,35 mm 1 mm 10W – 20W – 35W – 50W Opmerkingen:– Gloeilampen mogen vanaf september 2016 niet meer gemaakt of geïmporteerd worden in de EU, omdat ze niet kunnen voldoen aan de rendement eisen. – Halogeen lampen met GU10 voet mogen vanaf september 2016 niet meer gemaakt of geïmporteerd worden in de EU. – Vanaf september 2018 mogen halogeen lampen helemaal niet meer gemaakt of geïmporteerd worden in de EU.

stroomverbruik LED lamp, spanning versus stroom
Techniek paginas

Speciale LED transformator

LED lampen hebben een zeer laag verbruik vergeleken met halogeen en gloeilampen. Dat levert soms problemen op voor bestaande transformatoren en dimmers, want die hebben vaak een flinke belasting nodig (erfenis van halogeen tijdperk). Daarnaast is ook de belasting veel complexer en ook dat levert problemen op. Als de dimmer en transformatoren geen rekening houden met dat andere verbruik, kan dat tot gevolg hebben dat de LED lampen kapot gaan, slecht aan gaan, het licht niet stabiel is, de transformator of de LED lamp zoemt of dat de LED lampen slecht te dimmen (niet diep, knipperen, zoemen) zijn. Het is dus belangrijk om de juiste transformator voor je laagspanning (12 Volt) LED lampen te hebben. Minimaal en maximaal vermogen De veel gebruikte elektronische transformator voor halogeen lampen kennen niet alleen een maximaal aan te sluiten vermogen (dat kennen de meeste mensen), maar ook een minimaal aan te sluiten vermogen, dat vaak ongeveer 35% is van het maximale vermogen. Een LED lamp verbruikt ongeveer 15% van het vermogen van een halogeen lamp, daarom is het minimale aan te sluiten vermogen van de transformator bedoeld voor halogeen vaak een probleem bij LED lampen. Stroomverbruik van LED lampen Verbruik als LED lampen aan gaan Als LED lampen net aangaan, gebruiken ze in de eerste paar minuten tot 15% meer vermogen. Na een paar minuten is de LED lamp warmer en neemt het verbruik af tot het opgegeven vermogen. Pieken in stroomverbruik bij LED lampen In bijgaande grafiek is de zwarte lijn de spanning op de LED lampen en de rode lijn is de stroom door de LED lamp. Een LED kan niet rechtstreeks worden gevoed met een 12 Volt of 24 Volt voeding. De stroom in de LED loopt dan vreselijk uit de hand. Er zit daarom in de meeste LED lampen een omvormer, die de aangeboden spanning omzet in een geschikte stroom voor die LED. Daar wordt bijna altijd een schakelende voeding voor gebruikt. Deze schakelende voeding zorgt ervoor dat de benodigde stroom in pieken wordt afgenomen. Gemiddeld klopt het vermogen, maar die pieken moeten wel geleverd worden door de transformator. Dat betekent dat de transformator een overcapaciteit moet hebben. Led strips daarentegen hebben een heel gelijkmatig stroomverbruik. Dus heb je alleen de 15% overcapaciteit nodig voor als de strip aangaat. In de bijgaande grafiek kan je zien dat de stroom in pieken wordt afgenomen (de rode lijn). De meting komt van Olino.org. Ook zie je de dat de piek van de spanning en de stroom niet precies overeenkomen in de tijd. Bij deze meting valt het nog mee, maar het verschil kan veel groter zijn. Overcapaciteit van transformator voor LED lampen Onze ervaring is dat een overcapaciteit van 100% bij heel veel LED lampen goed werkt als het aantal lampen minder is dan ongeveer 10. Daarboven bevelen we een overcapaciteit van 150% aan. En voor Philips en Osram LED lampen is nog een grotere overcapaciteit nodig. Als Philips zegt dat de 12 Volt 6 Watt LED lamp een halogeen lamp van 50 Watt kan vervangen, dan moet de transformator voor die 12 Volt LED lamp ook 50 Watt kunnen leveren, ook al verbruikt de LED lamp volgens de opgave 6 Watt. Gewikkelde transformator Dat is een transformator met een flinke ijzeren kern en veel koperdraad dat er omheen is gewikkeld. De opgegeven spanning van zo’n transformator wordt geleverd als de transformator ongeveer voor 80% belast is. Als de belasting veel lager is, dan stijgt de uitgangsspanning. Dat kan bij een belasting van 10%, afhankelijk van de kwaliteit van de transformator, wel oplopen tot 18 Volt bij een voor 12 Volt gewikkelde transformator. Die 18 Volt kan voor LED lampen echt een probleem zijn. Je hebt twee varianten van zo’n soort transformator: de traditioneel gewikkelde trafo en de modernere, efficiëntere, betere maar lastiger te maken (en dus duurdere) ringkern trafo.Deze gewikkelde transformatoren zijn goed te dimmen met een geschikte dimmer die een inductieve belasting aankan, aangeduid met een L. Elektronische transformator Door een truc met de frequentie van de spanning op de transformator kon de elektronische transformator kleiner en goedkoper worden dan de gewikkelde transformator. Maar daar zijn wel een flink aantal elektronische onderdelen voor nodig. Dit type transformator is er in een niet dimbare variant (die dus echt niet te dimmen is) en een variant waarbij met een geschikte dimmer in de 230 Volt leiding de 12 Volt beïnvloed en geregeld wordt. De dimmer moet dan wel geschikt zijn voor een capacitieve belasting, aangeduid met een C. Elektronische transformator voor halogeen Een in Nederland heel veel gebruikte transformator voor halogeen lampen. Deze transformatoren hebben bijna altijd een minimaal aan te sluiten vermogen dat ongeveer 35% is van het maximum vermogen. Als je de halogeen lamp vervangt door een LED lamp, die slechts 10% van de halogeen lamp verbruikt, blijf je heel vaak ver onder dat minimale vermogen van dit type transformator. Gevolg kan zijn: hoge spanningspieken (LED lampen gaan kapot), slecht aangaan, zachtjes branden, flikkeren, knipperen en zoemen. Heb je zo’n transformator dan zal je die moeten vervangen als je LED lampen wilt gebruiken. Elektronische transformator voor LED lampen Deze transformatoren moeten goed om kunnen gaan met het lage vermogen van LED lampen. Dat is nu geen probleem meer, ze zijn in heel veel uitvoeringen te koop. Hier een voorbeeld van zo’n transformator. Wisselspanning leverende 12 volt transformatoren Deze transformator levert een wisselspanning van 12 Volt en kan indien dat is aangegeven op de transformator gedimd worden met een geschikte 230 volt dimmer in de toevoerleiding. Dit type is niet geschikt voor LED strips. Gelijkspanning leverende 12 volt transformatoren Dit type transformator levert een 12 Volt gelijkspanning (afgekort DC), met een + en een -. Dit type is niet alleen geschikt voor 12 Volt LED lampen, maar ook voor LED strips. Ook dit type is leverbaar in een dimbare en een niet dimbaar type.

worrying-emoji
Techniek paginas

Dimmers speciaal voor LED lampen

LED lampen en dimmers LED en Halogeen lampen dimcurve Een halogeen lamp reageert anders op een spanningsverlaging dan een LED lamp. Verminder je de stroom door een halogeen lamp met 50%, dan is de halogeenlamp bijna uit, de LED lamp geeft nog 50% van zijn lichthoeveelheid. Dit betekent dat veel dimmers nu in gebruik voor halogeen lampen, LED lampen moeilijk volledig kunnen dimmen. Daarnaast moet ook bij diep dimmen de elektronica zelf in de LED lampen nog voldoende spanning krijgen om goed te kunnen werken. Daarom is in het lage bereik het dimmen van halogeen lampen veel beter dan van LED lampen. Klik op alle LED dimmers, dan zie je al onze LED dimmers. LED lamp: minimum vermogen van dimmers Vaak hebben bestaande dimmers een minimum aan te sluiten vermogen van ± 50 Watt. In veel installaties zal dat vermogen niet op een dimmer aangesloten worden met alleen LED lampen. Die dimmers met een hoog minimum vermogen (50 Watt of meer) zijn dus meestal niet geschikt voor LED lampen. Rechts is een afbeelding van zo’n dimmer, er moet meer dan 60 Watt op aangesloten worden en maximaal mag er 400 Watt op worden aangesloten. Totaal ongeschikt voor LED! Een LED lamp aansluiten op zo’n dimmer zorgt voor slecht starten en/of knipperen van de LED lamp. Dimmers geschikt voor vermogens van minimaal 10 Watt – 20 Watt zijn meestal wel geschikt, als ze voldoen aan de volgende eis: LED lamp: elektrische eigenschappen en dimmers De elektronica in een LED lamp voet heeft andere elektrische eigenschappen dan een gloeilamp of halogeen lamp. Een dimmer moet daar heel duidelijk rekening mee houden. In de voet van een LED lamp zit een (kleine) elektronische transformator. De dimmer moet daar geschikt voor zijn. Meestal staat op de verpakking en de handleiding van zo’n dimmer dat die geschikt is voor elektronische transformatoren. Ook wordt de aanduiding (C) gebruikt of de term faseafsnijding. Jammer genoeg zijn deze dimmers niet de goedkoopste. Gebruikt u het andere type dimmer dan kunnen de lampen en/of de dimmer sterk zoemen, of de lampen knipperen, trillen of gaan kapot. Voorbeelden van dimmers geschikt voor LED lampen Hier een uitgebreide lijst van goede faseafsnijdingsdimmers. Wij hebben uitstekende ervaring met de Berker 2867-10, de Varilight dimmers, met de Busch-Jaeger dimmer type 6523 U-102. Deze hebben we daarom in ons assortiment opgenomen. We hadden ook goede ervaringen met de Siemens 5TC8 284, maar gezien de prijs van deze dimmer hebben we deze uit ons assortiment gehaald. De Merten dimmer 577129 is aan de onderkant van het vermogen begrensd en dimt daarmee LED lampen minder diep. De Eltako dimmer EUC61NPN-UC hebben we in het assortiment opgenomen. Ondanks dat deze net even lastiger aan te sluiten is, is de dimfunctie van deze dimmer voor LED lampen perfect. Fabrikant Type nummer Fabrikant Type nummer Fabrikant Type nummer Berker 2867-10 Eltako EUC61NPN-UC Opus 852.395 Busch Jaeger 6523U Legrand 67084 Celiane KlikAanKlikUit ACM100 Drespa 433HAB Legrand 78401 Mosaic Schneider electric ATD315 Everflourish EFE700DC Lutron RNSU-452 Schneider electric LTD450 RC/RL GIRA 0307 00 Merten 5771 Niko 310-02800 KOPP 8078 N&L 28985 Varilight JQP401W/JQP252W Jung 243EX-SL500 Techniek van dimmers Voor diegene die geïnteresseerd zijn in meer techniek: we kennen twee soorten elektronische dimmers: de faseaansnijdings dimmer (leading edge) en de faseafsnijdingsdimmer (trailing edge). Leading edge dimmer (aansnijding) Op de opgaande spanning van de 230V, 50Hz, wordt iedere keer weer een puls gegeven, die ervoor zorgt dat een elektronische component de stroom doorlaat. Deze component sluit de stroomtoevoer weer af als de 230V 50Hz door de nul heen gaat. Ja, dat kan, want het was een wisselspanning. Door het punt in de tijd te verschuiven wanneer de puls wordt gegeven, kan er langer of korter stroom door de component lopen en dus worden doorgegeven aan de belasting (lamp, kachel, transformator). Deze dimmers bevatten of een z.g Triac of een aantal MOSFET transistors. De dimmers met een Triac zijn al lang in omloop. Ze kunnen gemaakt worden voor € 3,- aan elektronische componenten. Het nadeel is dat een Triac pas goed werkt als er een minimale belasting is aangesloten. Ook laat de Triac de stroom zo abrupt ineens door als de Triac de spanning door moet laten, dat hierdoor hoge spanningspieken kunnen ontstaan, die funest kunnen zijn voor elektronische componenten in LED lampen. Dit type dimmer is geschikt voor gloeilampen, halogeen lampen zonder voorschakel apparatuur en traditioneel gewikkelde transformatoren en dus niet voor LED lampen met hun stuurelektronica. Voorbeelden van deze dimmer zijn alle dimmers die je voor ongeveer € 30,- in alle bouwmarkten kan kopen. Tegenwoordig met meer en meer LED lampen zijn er faseaansnijdende dimmers gekomen gebaseerd op MOSFET transistors. Deze schakeling is veel complexer en de kosten van de onderdelen zijn ook veel hoger dan bij de Triac varianten. Maar het voordeel is dat de problemen zoals bij de Triac dimmers niet optreden. Deze dimmers zijn dus ook goed geschikt voor dimbare LED lampen. Een voorbeeld van zo’n dimmer is de Busch Jaeger 6523U dimmer. Trailing edge dimmer (afsnijding) Dit is het nieuwe (en duurdere) type dimmer. Voor de technici: de opgaande spanning van de 230V 50 Hz wordt gewoon doorgelaten, op een bepaalde tijd wordt na de nuldoorgang de stroom door de elektronica afgeknepen. Dit gebeurt veel minder snel dan het opstarten bij de leading edge dimmers. Hierdoor hebben de elektronische trafo’s hier minder last van en is het ook beter voor de levensduur van rechtstreeks aangesloten gloeilampen en halogeen lampen.Dit type dimmer is uitstekend geschikt voor LED lampen, gloeilampen, halogeenlampen en de elektronische transformatoren die je tegenwoordig zo veel ziet (dus ook om 12 V LED lampen te dimmen) en niet geschikt voor traditioneel gewikkelde trafo’s.  

Traditional Transformator
Techniek paginas

Transformator, speciaal voor LED lampen

LED lampen gebruiken de eerste minuten tot 20% meer stroom dan het wattage aangeeft. Ook nemen LED lampen de stroom niet gelijkmatig af, maar in flinke pieken. Wij bevelen daarom een overcapaciteit van 100% aan. Je kunt dan maximaal 25 Watt aan LED verlichting aansluiten of 50 Watt gewone halogeen en gloeilampen, als je een transformator van 50 Watt gebruikt. Om een 12V (LED en/of halogeen) lamp te laten werken in huis heb je een transformator (of kort Trafo) nodig, die van de 230V een 12V spanning maakt. Zo’n trafo kennen we in twee soorten: een gewikkelde en een elektronische. Gewikkelde transformator en LED verlichting Dit is de transformator die vroeger veel werd gebruikt, hij heeft een grote ijzeren kern en er is veel koperdraad omheen gewikkeld. Door deze constructie is hij groot en zwaar en wordt daarom nog maar zelden gebruikt. Veel niet dimbare LED verlichting doet het uitstekend met zo’n trafo, maar de G4 lampen kunnen toch beschadigd raken als de transformator bedoeld is voor vermogens van meer dan 100W. Met een eenvoudige fase aansnijding dimmer voor deze trafo werkt onze dimbare LED verlichting perfect. Maar . . . als deze trafo zwaar wordt onderbelast, loopt de spanning makkelijk op tot 18 volt of zelfs nog wat hoger. Nadeel van deze combinatie: de transformator is iets minder efficiënt (maximaal tot 20% verlies in de trafo, afhankelijk van opbouw trafo).   Elektronisch transformator en LED verlichting Dit is tegenwoordig de meest gebruikte trafo. Deze zet de 230V 50Hz om in een spanning met een veel hogere frequentie waardoor de spoel veel kleiner en lichter kan zijn. Het vermogen dat de trafo kan leveren is bepalend voor het aantal en type lampen dat je aan kan sluiten. Er moet ook een minimaal vermogen worden afgenomen. Omdat LED verlichting 8 maal minder stroom verbruikt dan een halogeen lamp, is het mogelijk dat het afgenomen vermogen onder de grenswaarde van de halogeen transformator komt. Het gevolg: lampen gaan niet aan, of ze knipperen, of het licht flikkert een beetje of ze zoemen. Dit is afhankelijk van het precieze ontwerp van de transformator. Om dit probleem met transformatoren te voorkomen, biedt TopLEDshop je transformatoren aan die een stabiele spanning afgeven onder alle omstandigheden. Ze kunnen worden belast met een vermogen van 0,1 Watt tot het maximale vermogen van de transformator. Deze transformatoren zijn waterdicht, tegen overspanning, oververhitting, overbelasting en kortsluiting beveiligd, zijn klein genoeg om achter plafondplaten te plaatsen en worden door een gerenommeerde transformatoren fabrikant gemaakt. Dit zijn de perfecte transformatoren voor je niet dimbare LED verlichting. Combinatie dimmer, elektronische trafo en LED verlichting De combinatie van dimmer, elektronische trafo en de elektronica in de lamp zorgt soms voor knipperende LED verlichting. Er is nog geen (internationale) standarisatie hoe deze drie componenten moeten omgaan met elkaars regelingen. Daarom biedt TopLEDshop je elektronische transformatoren aan die uitstekend werken met onze, en vele andere, dimbare LED lampen, in combinatie met fase afsnijdings (trailing edge) dimmers. Ook deze transformatoren werken uitstekend bij een zeer lage belasting van 0,1 Watt, mogen belast worden tot de helft van het maximale vermogen met LED lampen en zijn beveiligd tegen overspanning, overbelasting, oververhitting en kortsluiting, zijn klein genoeg om achter plafondplaten te plaatsen en worden gefabriceerd door een gerenommeerde transformatoren fabrikant.

Scroll naar boven